Hittestress bij pluimvee: risicobeoordeling op dierkenmerken is cruciaal
.png)
Pluimvee is bijzonder gevoelig voor hittestress en de effectiviteit van maatregelen is sterk afhankelijk van de context. Bij leghennen blijken maatregelen zoals betaïnesupplementen en tijdelijke voederbeperking onvoldoende effectief in proef, terwijl genetische verschillen tussen rassen wél een duidelijke impact hebben. Bij vleeskuikens kunnen aangepaste voedersamenstellingen tijdens hete dagen helpen om de impact van hittestress te beperken, maar diezelfde strategieën werken mogelijks nadelig onder normale temperaturen. Het afkoelen van de omgeving via koeling blijkt uitermate efficiënt, en combinaties van maatregelen zijn aangewezen. Een correcte beoordeling van hittestress op dierniveau is daarbij cruciaal, want ook lichaamsgewicht heeft een significante impact op hittestressbeleving bij pluimvee. Dat blijkt uit het doctoraatsonderzoek van Renée De Baets aan ILVO en UGent.
Hittestress is altijd een optelsom van warmte uit de omgeving en warmte van het dier zelf. Door klimaatverandering verwachten we in België vaker en langer geconfronteerd te worden met hittegolven en hogere zomertemperaturen. De huidige rassen van vleeskuikens en leghennen werden bovendien geselecteerd op productiviteit, waardoor ze een hoog metabolisme hebben dat zal bijdragen aan een hogere eigen warmteproductie. Specifiek vleeskuikens kennen een snelle groei waarbij hun hart-longstelsel niet even snel mee kan groeien, waardoor ze extra gevoelig zijn voor warmte. Kippen zullen die warmte vooral verliezen door waterverdamping via de ademhaling, maar ook dat heeft zijn limieten. Naast temperatuur zal ook relatieve vochtigheid bepalen hoe efficiënt het dier warmte kwijt kan in de omgeving.
Dit maakt hen bijzonder kwetsbaar voor warmte. Naast een hogere kans op sterfte, heeft hittestress ook negatieve gevolgen voor dierenwelzijn, diergezondheid, technische prestaties en economische rendabiliteit. Een mogelijk gevolg van hittestress bij vleeskuikens is een tragere groei en verlaagde vleeskwaliteit, bij leghennen een verminderde leg en brozere eierschalen.
Verschillende effecten van hittestress in het lichaam van de kip, uit het project COOLCHICKS
Om hittestress te vermijden, worden in de sector al verschillende maatregelen genomen. Het afkoelen van de omgeving via koeling is bijzonder effectief, maar idealiter kunnen we ook de warmteproductie van het dier zelf verlagen. In haar doctoraat onderzocht Renée De Baets daarom de effectiviteit van voornamelijk voeder- en watermaatregelen.
Leghennen: ras is belangrijker dan voederstrategieën
Betaïne is een stof die de waterbalans in cellen reguleert en wordt daarom vaak via supplementen toegediend aan leghennen tijdens hittegolven. Uit een proef met leghennen blijken ze echter onvoldoende te beschermen tegen legvermindering en broze eierschalen in hittestresscondities. Bloedstalen bevestigen dat kippen die het supplement kregen, net als kippen die het supplement niet kregen, een verstoorde zuur-basebalans vertonen in hete periodes.
Ook tijdelijk minder voederen blijkt in de proeven niet het gewenste effect te hebben. Enkel ras en dus genetische kenmerken blijken impact te hebben: witte leghennen zijn gevoeliger voor de gevolgen van hittestress dan bruine leghennen. Het moet daarbij ook gezegd worden dat de witte leghennen onder normale omstandigheden vaak duurzamer en efficiënter zijn, hierdoor is een daling mogelijks sterker bij witte hennen. Noch betaïne, noch voederbeperking kan dit effect van ras op de prestaties in hittecondities corrigeren, al hadden de leghennen algemeen wel minder last van hitte dan bv. vleeskuikens.
Renée De Baets (doctorandus): “Dit toont aan dat genetica van kippen wel degelijk invloed heeft op hun gevoeligheid voor hittestress. Dit is een beloftevolle piste om verder te onderzoeken.”
Vleeskuikens: potentieel van voederaanpassingen, maar moeilijk door te trekken in alle klimaatcondities
Tijdens de afmestfase, wanneer de vleeskuikens het zwaarst zijn en hun risico op hittestress het grootst is, blijken voederaanpassingen wel degelijk de impact van hitte op hun prestaties te beïnvloeden. Door het ruw eiwitgehalte te verlagen, kunnen veehouders de warmte die de kuikens produceren bij de vertering verminderen. Bij normale temperaturen leidt dit tot een tragere groei en een slechtere voederconversie, maar dat nadeel verdwijnt tijdens hittedagen.
Een hoger vetgehalte in het rantsoen kan er dan weer voor zorgen dat de kuikens toch voldoende energie binnenkrijgen als ze minder eten op hete dagen. De dieren in proef bleken zich aan te passen aan het veranderde voer, in beide temperatuurcondities. Renée De Baets vond daardoor een negatief effect op groei en voederconversie tijdens normale dagen, maar niet tijdens hete dagen. In de hittegroep was er wel meer sterfte.
Renée De Baets (doctorandus): “Deze resultaten tonen dat er geen ‘one size fits all conditions’ is die pluimveehouders kunnen toepassen. Beide voederstrategieën hebben onder normale omstandigheden nadelige effecten maar vertonen wel potentieel tijdens periodes van extreme hitte. Dit maakt het formuleren van een optimaal rantsoen voor wisselende klimaatomstandigheden bijzonder complex.”
Vleeskuikens: wateradditieven zijn weinig effectief
Tot slot werd ook de impact onderzocht van verschillende additieven via het drinkwater bij vleeskuikens, zoals polyfenolen, essentiële oliën, betaïne en functionele aminozuren. Geen van deze gangbare maatregelen bleek effectief in de proef te resulteren in minder hittestress en betere prestaties. Sommige behandelingen hadden zelfs ongewenste neveneffecten, zoals minder voederopname en een slechtere vleeskwaliteit bij het gebruik van functionele aminozuren. Of het effect ook uitblijft in praktijkomstandigheden, met andere drinkwaterdebieten en doseringen, is voer voor vervolgonderzoek.
Renée De Baets (doctorandus): “Ook dit wijst erop dat de effectiviteit van de maatregelen sterk afhankelijk is van de specifieke omstandigheden. Daarom is het zo belangrijk dat we inzetten op een correcte risicobeoordeling bij de pluimveehouders zelf, en beslissingsondersteunende tools waarmee zij de juiste maatregelen op het juiste moment kunnen nemen.”
Hitte-actieplan en voorspellende tools
Ook die risicobeoordeling in de vorm van hanteerbare hittestressmodellen maakte deel uit van het doctoraatsonderzoek. Het is hierbij belangrijk dat dergelijke modellen gebaseerd zijn op hittestress-responsen zoals ademhalingsfrequentie en lichaamstemperatuur. Renée De Baets vond dat lichaamsgewicht bij vleeskuikens een significante impact heeft op de voorspellende modellen, waarbij zwaardere dieren sneller last zullen krijgen van hittestress, in de vorm van sneller stijgende hittestress-responsen. Daarnaast leveren koelsystemen een significante vertraging op in het optreden van stress-signalen in de stal. Dit toont aan dat er steeds een interactie is tussen omgevingsparameters en diergebonden parameters, wat meegenomen moet worden in de risicobeoordeling.
Het doctoraat maakte deel uit van het VLAIO-LA traject COOLCHICKS-project waarin naast verschillende tools en rekenmodules ook een hitte-actieplan werd opgesteld. Op het Pluimveeloket kunnen veehouders het risico op hittestress in hun regio, en specifiek in een stal met hun beschikbare technieken, opzoeken en vervolgens checken wat de best mogelijke maatregelen zijn op korte en lange termijn. De resultaten uit het doctoraat van Renée De Baets zullen gebruikt worden om dit actieplan en de bijbehorende rekenmodules verder te verfijnen.
Renée De Baets verdedigde succesvol haar doctoraat met titel ‘Heat stress assessement and mitigation in commercial poultry under temperate climate conditions’ op 27 mei 2026, om 17.00, in het GUM in Gent. (co)Promotoren zijn dr. ir. Evelyne Delezie (ILVO), prof. dr. Gunther Antonissen (UGent) en prof. dr. ing. Jeroen Degroote (UGent).
Meer info
www.pluimveeloket.be/coolchicks
Contact
Nele Jacobs
Evelyne Delezie
.png)



.jpeg)